Home

7+1 Ontmoetingen 7+1 Toppers 7+1 Tegels en Screensavers Geloof ligt op straat Hemels Gelag Bestellen

 >>  Wat is geloof ligt op straat?   >>  Boeken en materialen   >>  Tips en adviezen   >>  Waar wordt er mee gewerkt?   >>  Bezoekprojecten


  'Geloof ligt op straat'  in de media
                  
Artikel Ouderlingenblad

Een geloofsgesprek aangaan. Hoe doe je dat?

‘Geloof ligt op straat, een zoektocht naar spiritualiteit in parochie en gemeente’

‘We constateren een zoeken naar spiritualiteit en tegelijk een onvermogen om daar persoonlijk over te praten. Dat geldt ook voor de actieve kern van gemeente en parochie.’ Deze analyse werd enkele jaren geleden in de Apeldoornse wijk De Maten gemaakt. De wijk, met 30.000 inwoners, werd in de jaren zeventig gebouwd. SOW gemeente en Rooms Katholieke parochie hebben er samen één kerkcentrum, De Drie Ranken. Wekelijks bezoeken zo’n achthonderd mensen één van de kerkdiensten. Door de week gonst het er van activiteiten. Alleen, praten over dat wat je echt beweegt, gebeurt niet zoveel als je wel zou willen. Wat mensen er samenbindt is een zich ten diepste geïnspireerd weten door Jezus de Levende en een ‘steeds opnieuw zoeken en vinden van fundament en perspectief voor ons en de wereld waarin wij leven’. Zo staat het in het visitekaartje van de geloofsgemeenschap. Welnu, alle reden om het gesprek erover op gang te brengen. Wat is echt belangrijk voor je, wat betekent geloven voor je? ‘We hebben behoefte aan authentieke gesprekken, op een natuurlijke manier, zodat de deelnemers daardoor kunnen groeien in geloof’. Alle 10.000 leden van de geloofsgemeenschap zouden erbij moeten worden betrokken. Ook zij, voor wie het lidmaatschap van de kerk niet veel meer dan een papieren lidmaatschap betekent. Ieder telt volwaardig mee. Met de jongeren in de wijk waren in de voorgaande jaren positieve ervaringen opgedaan. Tijdens opeenvolgende bezoekprojecten bleken zij van harte bereid zo’n gesprek aan te gaan. Zij werden thuis bezocht, kregen de gelegenheid zelf richting te geven aan het gesprek en vertrouwden erop dat de verslagen van de gesprekken serieus zouden worden genomen. De jongeren kwamen in die gesprekken veel en gemakkelijk over hun leven en over hun geloven aan de praat. Dat moest met volwassenen toch ook kunnen?

Verkennende gesprekken

In 1999 was het projectplan voor een bezoekproject onder volwassenen gereed. Net als bij de jongeren werd gekozen voor huisbezoeken in de vorm van een verkennend gesprek. Daarbij kiest niet de bezoeker, maar de bezochte de thema’s van het gesprek. De bezoeker brengt dus geen eigen thema’s in, maar probeert de bezochte te stimuleren de eigen thema’s uit te diepen. De startvraag is: ‘Wat houdt u op dit moment het meest bezig?’ Na verloop van tijd komt er een wending in het gesprek met de vraag: ‘Wat doet dit met uw kijk op het leven en waar hebt u daarbij steun gevonden voor uw kijk op het leven?’ Omdat de bezoeker op dat moment opeens sturing geeft aan het gesprek, moeten de te bezoeken mensen daarvan te voren op de hoogte zijn. Geen verborgen agenda’s dus. Van de gesprekken wordt een anoniem verslag gemaakt, dat ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de bezochte. Aan het eind krijgt de bezoeker uitdrukkelijk ruimte om eigen ervaringen en meningen in te brengen. Het gesprek wordt daarmee een dialoog: de rollen in het gesprek zijn dan gelijk. Dat gebeurt door zinnen als: ‘ik heb u dit of dat horen zeggen, zelf heb ik wel eens ervaren…’, of  ‘zelf heb ik wel eens het gevoel …’, of ‘zelf denk ik wel eens … .‘ In het verslag wordt dit deel van het gesprek niet verwerkt.

Bezoekers en bezochten

Inmiddels zijn we twee jaar verder en zijn er honderd bezoekers op pad geweest. Zij deden mee, omdat het voor hen een overzichtelijk project was. Veel tijd zou het niet vragen, en moeilijk zou het niet worden. Ze zouden immers gespreksmateriaal meekrijgen dat de gesprekken op een gemakkelijke manier zou laten verlopen. Er werd bovendien een cursus aangeboden van twee dagdelen. Daarin werd vooral aandacht gegeven aan de startvraag en het vervolgens uitdiepen van dat wat aan de orde zou worden gesteld door de bezochte. Een leerzame gesprekstraining dus. Elke bezoeker ontving steekproefsgewijs tien adressen. De bezoeker stuurde hen eerst een brief. Een paar dagen later werd telefonisch een afspraak gemaakt. Gemiddeld stemden vijf of zes van de tien adressanten in met een bezoek. Tot nu toe werden 654 gemeenteleden en parochianen bezocht.

Verslagen

Dertig bezoekers schreven uitgebreide verslagen. Hun verslagen werden verknipt en gesorteerd op thema’s. Daarvan werd een samenvatting geschreven door iemand met een journalistieke achtergrond. Een meeleesgroepje begeleidde de schrijver, en verbond er vervolgens conclusies en aanbevelingen aan. Zeventig bezoekers maakten korte verslagen. Dat kon eenvoudig door woorden aan te strepen die de bezochten noemden uit woordenlijsten. De woordenlijsten dienden bij de startvraag om het gesprek op gang te brengen en zo open mogelijk te houden. De bezoekers konden er hun eigen verhaal associërend aan verbinden. Zulke woordenlijsten blijken heel geschikt voor een korte verslaglegging. Met behulp daarvan konden vervolgens vele grafieken worden gemaakt, met soms verrassende uitkomsten, bijpassende conclusies en aanbevelingen.

Gouden werkmateriaal

Al het materiaal dat zo beschikbaar kwam van de 654 gesprekken die er werden gevoerd, is neergelegd in het boek ‘Geloof ligt op straat’. Een gouden bronnenboek is het geworden. Mensen praten erin over de grote plaats die hun kinderen in hun leven innemen. Het plezier dat ze aan hun kinderen beleven, maar ook de zorgen. ‘We kunnen steeds meer met de kinderen bespreken’, maar ook: ‘het contact is erg oppervlakkig geworden’, en zelfs: ‘onze zoon gaat zijn eigen gang, luistert nooit en hoort je alleen geïrriteerd aan’. Opvallend zoveel steun als kinderen voor geloofsvragen vinden bij hun ouders. Even opvallend, zoals het omgekeerde zich in veel mindere mate voor doet. Hoe goed luisteren ouders naar hun kinderen als het gaat om levensvragen? Vooral vaders lijken slechte luisteraars te zijn. Ook over het eigen huwelijk en de eigen relatie is veel gesproken. Typisch, dat bij het ouder worden het bezig zijn met relatie en huwelijk snel afneemt. Gaat alles dan vanzelf? Gezondheid, ouder worden, werk, kerk, vrije tijd, onrecht, vervuiling, oorlog en angst voor oorlog, het komt allemaal aan de orde. Gespreksstof genoeg.

Geloof ligt op straat

Wat het heeft gedaan met je kijk op het leven? Mensen vertellen hoe de kerk voor hen een steeds kleinere rol is gaan spelen. ‘Geloof ligt op straat’, zegt één van de bezochten. ‘Geloven is een manier van leven’, zegt de meerderheid. Geloof uit zich in vertrouwen hebben, dankbaar kunnen zijn, en respect hebben. ‘Geloof is iets persoonlijks’, zeggen velen. Ook in die zin dat geloof alleen waarde heeft als je er iets aan beleeft. Die nadruk op het eigen beleven blijkt overigens te kunnen leiden tot oppervlakkigheid in de contacten en zelfs tot sociaal isolement. Minder dan helft van degenen die zeggen dat ze bezig zijn met de kerk, zegt ook steun voor levensvragen te vinden in de kerk. Hoe lang houden mensen het dan nog vol bezig te zijn met de kerk? Er is meer aandacht nodig voor elkaars levensverhaal en geloofsverhaal. Van de kerk wordt dat verwacht, vooral bij persoonlijke nood.

Gemakkelijk praten

Doel van dit alles was allereerst het persoonlijk gesprek over levensvragen te bevorderen. Zo gemakkelijk verlopen die gesprekken doorgaans niet. In gemeente en parochie niet, maar vaak al helemaal niet in andere verbanden: in de familie, in de buurt, op het werk. Het was voor vele bezoekers en bezochten verrassend en ontroerend om te ervaren hoe open en diepgaand de gesprekken konden zijn. Toch werden de gesprekken niet als moeilijk ervaren. Het ging juist allemaal als vanzelf. Het beschikbaar gestelde gespreksmateriaal hielp daarbij uitstekend. Inmiddels hebben zich al weer een flink aantal nieuwe bezoekers gemeld, en we gaan in De Maten dan ook gewoon door met deze persoonlijke gesprekken.

Draagvlak

Een tweede doel was als geloofsgemeenschap te weten te komen wat er leeft onder al die mensen die deel uit maken van die geloofsgemeenschap, actief of passief. Er worden nu her en der in de wijk bijeenkomsten georganiseerd waarop in kleine kring over de thema’s uit ‘Geloof ligt op straat’ wordt verder gesproken. Het kan niet anders, of er zullen bepaalde conclusies en aanbevelingen boven komen drijven waar we als geloofsgemeenschap wat mee zullen gaan doen. De beleidsorganen komen in een volgende fase dan ook uitdrukkelijk in beeld: welke conclusies verbinden zij aan alles wat aan de orde is gesteld, en welke aanbevelingen nemen zij over? Ook buiten de geloofsgemeenschap blijkt er inmiddels brede belangstelling te bestaan voor het boek. Scholen, instanties van medische en sociale hulpverlening, woningcorporaties, ieder wil meelezen. Het draagvlak om het project te verbreden, dus voorbij de kerkgrenzen, is zich al aan het vormen. ‘Geloof ligt op straat’ blijkt goed leesbaar en bruikbaar te zijn. Er kan persoonlijk gemediteerd worden aan de hand van een achttal algemene eindconclusies die voldoende te overwegen geven: hoe werkt dit bij mij? Maar ook worden er diverse werkvormen geboden voor groepsgewijze gesprekken. Gespreksgroepen, werkgroepen en koren maken er avonden voor vrij, catechesegroepen werken er mee.

Bezoekprojecten met jongeren

De bezoekprojecten bij de jongeren gingen vooraf aan die bij de ouderen. Hun betrokkenheid bij de geloofsgemeenschap bleek na een bezoek aanzienlijk toe te nemen. Ook ontstond er een breed draagvlak voor nieuwe vormen van kerkelijk jeugdwerk. Het Hemels Gelag (zie Ouderlingenblad 2001), is daar één van de voorbeelden van. Kortom, zowel bij kleinschalige als bij grootschalige aanpak, onze ervaring is dat bezoekprojecten leiden tot verbreding en verdieping van het geloofsgesprek in een geloofsgemeenschap. Als geloofsgemeenschap delf je er goud mee op, als gemeentelid word je er rijk van.

Peter Hendriks

    Home  l  7+1 Ontmoetingen  l  7+1 Toppers  l   7+1 Tegels & Screensavers  l  Geloof ligt op straat  l   Hemels Gelag  l  Contact  l  Bestellen